Logo taekwondo Chindojang

Geschiedenis

Taekwondo op zich is een jonge krijgskunst, maar de martial arts zijn doorheen de ganse geschiedenis van Korea op de een of de andere manier aanwezig geweest. De geschiedenis van de voorlopers van taekwondo en het uiteindelijk ontstaan van taekwondo zelf kan het best overlopen worden aan de hand van de verschillende periodes in de geschiedenis van Korea.

De Sam-Guk periode (tot de 7e eeuw)

Voor de vroegste vorm van Koreaanse krijgskunst moeten we teruggaan tot de zevende eeuw van onze tijdrekening. Korea als dusdanig bestond toen nog niet, maar het schiereiland was verdeeld in drie rijken die elkaar permanent bekampten om de heerschappij. Deze rijken heetten Koguryo, Baekje en Shilla. Vandaar de naam Sam-Guk (Sam=3, Guk = natie). In elk van deze koninkrijken beoefende men reeds de krijgskunsten; bewijzen hiervan zijn terug te vinden op etsen en beeldhouwwerken uit die tijd. Een gekend voorbeeld is de Sokkuram-grot nabij Gyeongju, de hoofdstad van Shilla. In deze grot staan twee krijgers gebeeldhouwd in een karakteristieke taekwondo -positie. Deze beelden worden ook wel de ‘Keumgang-strijders’ genoemd.
Alhoewel Shilla het kleinste van de drie rijken was, slaagde ze er toch in om het hoofd te bieden aan de twee anderen en ze zelfs te onderwerpen. Dat was voornamelijk te danken aan de zgn. ‘Hwarang’-troepen, een keurkorps van jonge mannen die zorgvuldig geselecteerd werden uit de adellijke kringen en in zekere mate te vergelijken waren met de Japanse samoerai. Onder invloed van het Confucianisme werd trouw aan de staat een begrip en de Hwarang vormde op die manier een militaire elite. De Hwarang-troepen beoefenden een gevechtskunst die als de voorouder van de huidige taekwondo wordt beschouwd en die de naam Taek-Kyon draagt.

De Koryo-dynastie (935-1392)

De Koryo-dynastie werd gesticht door een generaal uit het leger van Shilla (dat ondertussen veel van zijn glans verloren had) met als doel om gebieden van Koguryo verloren aan Mantsjoerije terug te verkrijgen. Hij noemde zijn koninkrijk Koryo, waarvan de huidige naam van het moderne Korea afgeleid is.
Uit deze periode is niet veel bekend van de aanwezigheid van gevechtskunsten. Toch is men zeker dat er Taek-Kyon werd beoefend.

De Chosun-dynastie (1392-1910)

De Chosun-dynastie staat ook bekend onder de (minder juiste) benaming ‘Yi-dynastie’, naar de stichter Yi Seong-Gye.
Doordat het Boeddhisme als staatsgodsdienst werd vervangen door het Confucianisme, geraakten de krijgskunsten in verval. Daar het meestal Boeddhistische monniken waren die meester waren in de krijgskunsten, verdwenen de kunsten samen met de monniken in de tempels hoog in de Koreaanse bergen.
In deze periode werd veel meer aandacht besteed aan literatuur, muziek, poëzie en het was ook in deze periode dat het Koreaanse alfabet, het Han’gul, werd ontwikkeld in opdracht van koning Sejong. Kortom, het was ideaal klimaat voor de menswetenschappen en schone kunsten, maar minder voor de krijgskunsten.
Dat er toch krijgskunsten aanwezig waren bewijst het krijgskunsthandboek of “Mooyedobotongji”, opgesteld door Yi Deokmoo in 1790. Dit boek is een opsomming van alle aanwezige krijgskunsten in het Korea van die tijd. Een uniek document voor een periode waarin weinig bekend is van gevechtskunsten.

De Japanse bezetting (1910-1945)

Deze periode is één van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis van Korea. De Japanners voerden een schrikbewind in Korea. Alle tekenen van Koreaans zijn werden door de Japanse bezetter verboden. Koreaanse gebouwen werden met de grond gelijk gemaakt, kinderen moesten Japans leren, het Japanse Shintoïsme werd ingevoerd… Ook was het verboden om welke Koreaanse krijgskunst ook te beoefenen.
Aangezien veel Koreanen naar het buitenland gingen, kwamen ze daar in contact met andere krijgskunsten (kempo, karate, kung-fu…)

Na de Japanse bezetting (1945 tot heden)

Na de bommen op Hiroshima en Nagasaki besloten de Japanners de strijd in de tweede wereldoorlog te staken en tevens gaven ze de bezetting van Korea op. Veel tijd om puin te ruimen was er niet, want slechts enkele jaren later volgde de Koreaanse Oorlog, waarbij de USA en de USSR respectievelijk de kant van Zuid- en Noord-Korea kozen. Het was slechts na het staakt-het-vuren van 1953 dat de volledige ontbolstering van Korea er kunnen komen is alsook de hergeboorte van alle echte Koreaanse tradities en gebruiken. Ook Taek-Kyon hoorde hierbij. Jarenlang werd het in het geheim beoefend en nu kreeg het een ongekende populariteit naast de andere Koreaanse krijgskunsten. Maar ook Koreanen die in het buitenland verbleven tijdens de bezetting, brachten nieuwe technieken mee.
Een Koreaans legerofficier, en later generaal, Choi Hong-Hi onderwees zijn manschappen de oude vorm van Taek-Kyon. In 1955 had generaal Choi de leiding over een regeringscommissie bedoeld om de verschillende Koreaanse krijgskunsten te verenigen. Hij stelde voor om als naam voor de nieuwe stijl ‘Taekwondo’ te kiezen. In 1961 richtte de Koreaanse regering de Tae Soo Do Association op om de belangrijkste dojangs (Taekwondo scholen) te verenigen. De Tae Soo Do Association werd in 1965 herdoopt als de Korean Tae Kwon do Association en bestond uit de 5 grootste Koreaanse stromen : Chung Do Kwan, Moo Duk Kwan, Chang Moo Kwan, Oh Do Kwan en Chi Do Kwan. De invloed van Taekwondo verspreidde zich officieel buiten de Koreaanse grenzen in 1966 en generaal Choi stichtte de International Tae Kwon Do Federation (ITF) in maart van datzelfde jaar. Nog later dat jaar werd hij verplicht om het land te verlaten als gevolg van politieke meningsverschillen met andere leiders in het Taekwondo-wereldje en nam de ITF met zich mee. De World Tae Kwon Do Federation (WTF) werd in 1973 gevormd om de ITF in Zuid-Korea te vervangen. De WTF is tegenwoordig de grootste Taekwondo organisatie en is officieel erkend door zowel de Koreaanse staat als het Internationaal Olympisch Comité. Dankzij de inspanningen van de WTF werd Taekwondo een Olympische demonstratiesport tijdens de Spelen van Seoul ’88 en was ze voor de eerste keer een volwaardige Olympische discipline tijdens de spelen van Sydney 2000.